donderdag 24 december 2009

Oudejaar onder de grond

Nieuwjaar Buiten vriest het dat het kraakt, er staat een gure wind. Het ijzelt en de wegen zijn spekglad, bovendien zijn er extra veel alcoholcontroles. Kortom, gaan feesten zit er niet in. Of toch wel?  Want ergens ver onder de grond, waar het lekker warm is en droog en geen wind staat, is er een ruimte, waar mensen zitten te keuvelen, bij kaarslicht en LED-lampjes.

Op de Peak One pruttelt de soep, op de MSR de Plat de Résistance. Het aperitief is lekker fris, de champagne staat buiten te koelen. Niemand heet er vanavond “Bob”. Er is geen TV, radio, geen vuurwerk. Misschien, met wat geluk, heeft er iemand zijn horloge aan en gaat middernacht niet ongemerkt voorbij. Zo niet, rollen we vanzelf wel 2010 binnen. De buitenwereld is veraf, met zijn opgefokte feestvierders die bezopen door de stad trekken, flessen stukgooien en kabaal maken. Wij zitten hier veilig en geborgen.

Moet kunnen!

Wij zijn het alleszins van plan, en petit comité uiteraard. Maar het comité is voorlopig toch nog wat te “petit”. Dus, weet je op Oudejaar niet wat gedaan? Contacteer ons dan gauw en we spreken verder af.

Is het in een grot? In een steengroeve?  De plaats van het gebeuren houden we nog even onder ons. Maar wees gerust: het is vlot bereikbaar (zelfs zonder speleouitrusting), dicht bij de ingang (handig voor plasje e.d.) maar toch ver genoeg opdat de kou buiten blijft. Het is er kurkdroog, het is ruim en de vloer is plat: blijven slapen (slaapmat en slaapzak voorzien) is perfect mogelijk en aanbevolen.

Zie je het zitten?

dinsdag 15 december 2009

TDC - We zoeken weer.

Vandaag (zondag 13/12) met zijn vieren naar de TDC (Paul,Bart,Friedemann,Dagobert). De bedoeling was enerzijds de topo af te werken en anderzijds te beginnen werken in enkele veelbelovende plekken. (zie vorige verslag)

Na het obligatoire eerste kruipstuk splitsen we aan het begin van de Salle 21/7 in twee groepjes. Bart en Friedemann trekken alvast hun texairs uit en stomen door naar het achterste deel van de “Salle de la Récompense” om daar de topo af te werken. Paul en ikzelf gaan verder naar de “Salle des Invités” om van daaruit omhoog te klimmen naar de “Salle Ratée”. Maar voordat we daar geraken mogen we ons al een eerste keer uitpelsen.
Mooie gordijnen in Salle de la Recompense (foto: F. Koch)
Aan het begin van de klim naar de Salle Ratée trekken we onze texairs terug aan en plaatsen we enkele treden op de wand om de klim wat gemakkelijker te maken, en na nog een laatste verbreding met hamer en beitel geraak ook ik boven. Na een herorganisatie van het materiaal trekken we verder richting eerste werkplaats: het vuistgrote gat waar Paul vorige keer de "autoflops" heeft laten zakken.
Ik begin alvast wat te graven en dit gaat verbazend goed. Al snel komen de eerste blokken vrij te liggen en kunnen we heel het boeltje demonteren zonder al te veel zand en stenen te laten vallen in het gat onder ons. Na een dik uur kunnen we erdoor. Het mag al eens meezitten.

Paul laat zich zakken in het nieuwe zaaltje (Salle Autoflop) en het blijkt toch allemaal iets minder groot dan geschat. Maar het zwarte gat dat we op het filmpje zagen is er wel degelijk maar er ligt een knoert van een blok in. Ik volg Paul en we houden nog net genoeg bewegingsruimte over om te kunnen werken aan het blok. Paul legt het blok alvast los maar dan mag ik in actie komen om het 30 à 40 kg zware blok uit het gat te tillen. Ik heb nu eenmaal wat meer kracht dan Paul, daarom mag ik zo vaak mee met Paul ;-)

De weg ligt open maar het vervolg is amper enkele meters lang. Het eindigt op een kleine driehoek die volledig dicht zit. We snuffelen heel de terminus af en vinden 2 mogelijke werkplaatsen. De driehoekige terminus geeft na wat geruim zicht op een misschien wel penetrabel vervolg en boven in het zaaltje is er een mogelijkheid om over een rand in een laagvoeg te geraken. Voor Paul was deze rand jammer genoeg net te smal, ik moest er nog niet aan denken.

We snollen nog wat verder boven en onder de Salle Ratée en sluiten af met het maken van de topo van het nieuwe stukje. Het is dan ook al laat wanneer we terug afdalen naar de Salle des Invités, maar van het andere duo is nog geen spoor dus besluiten we om alvast een volgende desobplek aan te pakken.
Bart maakt de topo van Salle de la Recompense (foto: F. Koch)
Ergens in de Salle des Invités vertrekt een klote bloemkolen pijpje tot boven een putje van een meter of 3-4 diep. Maar de top van dit putje is te smal en dus halen we er alvast een blok uit. Een tweede blok is wat weerbarstiger en wanneer Paul met de pioche het blok tracht te lichten schiet de pioche los en met een sierlijke duik valt het onding in het putje. Damn, dan maar overschakelen naar plan B en we brengen de Hilti in stelling. Paul neemt van de gelegenheid gebruik om de éclateurs eens te testen op dat 2e blok en wonder boven wonder splijt het blok perfect in 2 stukken. Snel de 2 helften eruit wat kleiner meppen en we spreken niet meer over het blok. Dat is dus 1-0 voor de éclateurs. Nog een laatste plop in de top van het putje en we houden het voor bekeken.

We stoppen alle onze spullen terug in de propere zakken en keren terug. Net wanneer we aan de trémie willen beginnen horen we het andere duo dat op komst is. Ze willen nog snel eventjes de Salle des Invités komen bekijken en dus laten we ze passeren. Zij waren voor 95% klaar met hun topo, vandaag hadden ze op 6 uur tijd een dikke 60 m opgemeten. Niet veel zal je zeggen, maar het waren wel zeer lastige meters in het smalle onderverdiep van de Salle de la Récompense.
Bart ijverig aan het schetsen (foto: F. Koch)
Paul en ik snellen naar buiten want we wilden nog een tochtproef gaan doen aan de D3. Daar aangekomen kan het opperhoofd niets anders dan hetzelfde concluderen dan wat ik de vorige keer ook had vastgesteld. De D3 tocht ook goed maar het gaatje is minimaal. De tocht komt voor het grootste deel gewoon door het sediment naar boven. Niet opgeven is de boodschap, de kans dat hier ook een grot onder zit is te groot.

Snel terug naar de auto, omkleden en naar het café waar de Rocheforts al staan te wachten. Na nog een lange rit staan we rond 21:15 in Edegem, dat was weer een lang en heftig dagje.

Dagobert

Een kort fimplje van onze exploratie in Salle Ratée en Salle Autoflop vind je hier

woensdag 9 december 2009

We pompen weer

Zaterdag 5/12 namen Bart, Annette en Paul deel aan de geslaagde Journées Scientiques in Han-sur-Lesse: speleo vanuit een luie cinemazetel. ‘s Anderendaags stond het echte werk op het programma: pompen in de smalle S8 van de Fagnoules, die onduikbaar was maar wel onze enige hoop op het groot vervolg van de grot. Bedroevend lage opkomst van de andere Avalonners, gelukkig konden we twee “externen” recruteren: Troglodietje Maureen en Jacques van Les Calcaires. Er waren 5 keizware kitzakken want er moest 75 m dikke elektriciteitskabel worden bijgelegd, er was de pomp en een paar kits met pompslangen en allerhande gereedschap. Het water stond niet overdreven hoog. Eens aan de sifon 8 gingen we onmiddellijk aan het werk: voornaamste en moeilijkste opdracht was het afdammen van de rivier, een meter of 5 voordat ze in de sifon 8 verdwijnt. Met zeilen en zandzakken (die ter plekke vol zand en grint werden geschept) konden we zo een dam maken van ongeveer 70 cm hoog die de rivier grotendeels tegenhield.

Bart kreeg de eer “even” weer naar buiten te spurten om de stroomgroep te starten. Wij moesten wachten op zijn terugkeer, want eens we onze dam afsloten, zou het water stroomopwaarts ongeveer een halve meter stijgen en de sifon 6 en 7 afsluiten, waardoor hij niet meer tot bij ons zou geraken (en wij niet terug vanwaar we kwamen). We sloten onszelf dus in feite op, doch niet getreurd: er was een nooduitgang voorzien, via de Chantoir de Buc!

Eens Bart terug kon ons experiment beginnen: het water van de S8 eveneens achter de dam pompen.  Niet met de bedoeling de sifon te passeren, wel om te zien hoe snel het water zou zakken (indien het al zou zakken!), hoe de sifon eruit zag qua breedte en vooral qua diepte. Dam dicht, pomp in gang en zie het water zakte zienderogen! Een minuut later was het al 5 cm gezakt, 5 minuten later 25 cm. Maar toen spoot het water al langs overal door de dam. Stoppen dus, de vele kubieke meters die achter de dam waren verzameld voorzichtig lossen, en herbeginnen, ditmaal met een nog hogere en meer waterdichte dam.

Deze keer hielden we bijna 12 minuten stand, en kregen we de sifon 50 cm lager gepompt. En het zag er goed uit: de sifon is een driehoekige spleet: bovenaan 15 cm breed, wat dieper zowat 50 cm , die echter vrijwel horizontaal blijft. Het dak duikt dus niet omlaag en dat is heel positief! We konden toch wel een meter of 5-6 ver kijken. Doordat we ongeveer weten welke debiet we wegpompten, en hoe diep we gepompt hebben, en veronderstellende dat de breedte van de sifon niet varieert, zou de sifon echter toch wel een meter of 15 lang zijn!  Dat is een verdomd lange spleet om te verbreden, maar ik kan nu al zeggen: we gaan het proberen! Het jaar 2010 zal dus de plopkabouters weer in actie zien komen met hun stroomgroepen, pompen en breekhamers. En hopelijk krijgen we dan wél de andere Avalonners mee want het zal nodig zijn.

Na dit geslaagde experiment verlieten Maureen en Bart de grot via de Chantoir de Buc; toonde ik aan Jacques nog heel de Réseau Oufti-Amai, en trok Annette moederziel alleen langs de normale weg weer naar buiten, ocharme!

PS= er werden geen geslaagde foto’s genomen, mist en water waren niet compatibel met mijn camera.

dinsdag 1 december 2009

Remouchamps

Zondag 29/11, een grijze en gure dag, waarop 7 Avalonners samen met een boel collega’s van het VVS in de Vallon des Chantoirs werden rondgeleid, door een van de sympathiekste speleologen van het land: geoloog-op-rust Camille Ek, 75 lentes jong, en een kranige knar voorwaar!

‘s Ochtends stond er een tocht in de grot van Remouchamps op het programma.
Uitleg op de trappen van de grot van Remouchamps Zeer leerrijk, Camille wist elke 20 meter wel iets interessant te verdelen over het ontstaan en de geologie van deze grot. De stratificatie, de fossielen, de plooiingen, de vorming van zalen of sifons, de atmosfeer (CO2), de vorming van druipstenen: alles passeerde de revue, en dat op glasheldere en verstaanbare wijze.

Jammer genoeg is dit een grot waarin de rampzalige invloed van een toeristische uitbating perfect wordt geïllustreerd: een betonnen pad over de hele galerijbreedte (en dat is best breed!), slecht geplaatste en permanent brandende verlichting, overdadige plantengroei rondom de lampen (groen bemoste concreties, zelfs met varens!), rotversleten en grotendeels beschadigde druipstenen, verroeste trapleuningen. Maar niet getreurd want de terugweg gebeurde al varend, met zijn 20 in een overmaatse en waggelende roeiboot.
Bootjevaren (let op al die kale kruinen... Hoofdzakelijk in het schermduister, we waanden ons in het spookhuis maar de schipper kende het traject blindelings. Dolle pret, en een verbazend lang parcours! Na de piknik gingen we de Chantoir du Rouge Thiers bekijken, uiteraard weer vergezeld van vele (hydro-)geologische wetenswaardigheden die Camille met tientallen kan opdiepen.
Camille in grote vorm, aan de Rouge Thiers Dan even een wandelingetje naar de Chantoir du Grandchamps, die toch wel een van ‘s lands grootste en indrukwekkendste dolines blijft. Ook hier werd de vorming van deze chantoir, die op de limiet schist/kalksteen ligt, uitvoerig uitgelegd. Je bekijkt daarna zo’n verdwijngat ineens met heel andere ogen.
Blijft heel mooi, die Grandchamps Tot slot met de auto naar de Chantoir de Sècheval, en vandaar weer naar Remouchamps, waar we met zijn allen in het café doken. Met veel dank aan Camille Ek! Het was ons een waar voorrecht om door deze “grijze eminentie” te worden rondgeleid.

TDC: de 600 meter in bereik

Vrijdag 27/11 werkten Annette en ik verder aan de topo van de Trou des Côtes. Salle Menthos en annexen is nu helemaal opgemeten, zo ook La Prison en de benedenverdieping van Salle Apollo 11. Resteert nu nog enkel Salle de la Récompense, maar dat is Barts project. De totale lengte van de grot mag nu geschat worden op zowat 575 m.

Zaaltje met een prachtig voorbeeld van een anastomose plafond Tussen het topograferen door werd de AUTOFLOPS nog eens gebruikt. Wie de historiek van de Trou des Côtes heeft gevolgd, herinnert zich dat we zonder de Autoflops (Automatisch Universeel Telegeleid Ongelofelijk Fantastisch Lichtgewicht Prospectie Systeem) de werken in deze grot waarschijnlijk hadden gestaakt, en dus al dit moois niet hadden ontdekt.

Ook ditmaal denken we dat de camera ons enkele interessante vervolgen heeft geopenbaard, die anders niet beoordeeld hadden kunnen worden zonder veel schade aan te richten. Een ervan betreft een zijgedeelte van de Salle des Invités. Hoewel het daar niet ver kan doorlopen (want gevangen tussen een driehoek van andere galerijen op hetzelfde niveau), zit er daar een zaaltje verborgen van grote schoonheid.

Annette in Salle Ratée Een ander vervolg werd zichtbaar na inspectie van een vuistgroot gat (de camera geraakt er amper door) in Salle Ratée. We hebben er zicht op een ruime zaal, met concreties en blokken. Wie aandachtig de video bekijkt ziet zelfs een donker gat tussen die blokken! Dit ziet er echt wel goed uit.

De filmbeelden kan je hier zien. Alles wat schokkerig, maar de camera zit gemonteerd op een 1m50 lange skistok en dat maakt het wat moeilijk. Bovendien is er geen monitor, we zien dus pas achteraf wat we gefilmd hebben. Meestal enkel het plafond of zo, dus veel herbeginnen is de boodschap.

Tijdens onze bezigheden in Salle Ratée hadden we buitengewoon veel geluk (of ongeluk…) want plots viel totaal onverwacht een blok uit de wand vanop 1m80 hoogte. Het woog zowat 80 kg en viel decimeters naast onze voeten. We stonden daar allebei op onze sokken om de calcietvloer niet te vervuilen. Dit had verschrikkelijke gevolgen kunnen hebben. We hadden in elk geval allebei een déjà-vu gevoel.

Kortom, eens de topo is afgerond zal er in TDC op diverse plaatsen gewerkt worden en van enkele vervolgjes kunnen we dankzij de Autoflops nu al zeker zijn. Tot slot: na de topo van La Prison bleek ik op geen enkele manier nog door de extreme versmalling te geraken langs waar ik er was in gewurmd. Na een kwartier van hopeloze pogingen heb ik mij dus in onderbroek moeten zetten… en toen lukte het wel. Ook hier hadden we een déjà-vu.

Impressies van een cursist

Tussen alle verhalen over het recente exploratiegeweld door, enkele impressies van een geslaagd eerste brevet-B weekend (lichting 2009-2010).

Het startschot kwam van Rudy met een vlotte theorieles waarin we in ijltempo klaargestoomd werden als toekomstige materiaalmeesters. We werden verlicht over de voordelen van coudées t.o.v. vrillées en van D- t.o.v. ovale musketons, over de keuze van dik, dunner, dunst touw en leveranciersafhankelijke rek, over de wonderen en de beperkingen van Dyneema, maar ook over de geniale eenvoud van de “tisseran” of weversknoop. Na de bokes met chocomelk was het tijd voor het eerste hoogtewerk.



Geconcentreerd speuren naar geschikte boomstammen, zichtbare en onzichtbare spits, brochen, kettingen en natuurlijke ornamenten in een verwoede poging om volgens het boekje volkomen wrijvingsloos te equiperen. Hierbij werden we begeleid door een gure wind en het nodige hemelwater, wat menig optimist die zonder regenkledij vertrok deed verkleumen. Met een Texair en onderpak was het echter goed te doen. Tijdens het desequiperen ging mijn hart plots heel wat sneller slaan toen ik een kanjer van een rotsblok (een goeie 30 cm schat ik) lostrapte, die door de vegetatie compleet gecamoufleerd was (en die daardoor ook vastgehouden werd denk ik). Het blok stortte geluidloos naar beneden. Gelukkig was mijn caillou-gil overbodig aangezien er zich niemand meer onder mij bevond. Dit had heel anders kunnen aflopen…

De schitterende catering, ingeleid met heus aperitief en gecombineerd met een fijn gezelschap, zorgde ervoor dat we onmiddellijk gelanceerd waren voor een zeer sfeervolle en gezellige avond, didactisch onderbouwd met een soepel lesje topolezen van juf Wietske (van speleo Nederland). In ’t laat gaf Maureen de aanzet tot een partijtje tafelklauteren, een activiteit die ongetwijfeld verband houdt met restanten van voorouderlijke primatengenen. Zondag was het dan tijd voor het echte werk onder de grond, hoewel de halve groep verkoos om nog te gaan oefenen op de rotsen. Samen met Dirk had ik de eer en het genoegen om naar de Abime de Beaumont (Esneux) te mogen trekken met onze eigen meester Raf. Het werd een schitterende en uiterst leerzame trip. Het begon al goed. Toen ik met m’n kitzak en kraal van musketons, dyneema’s en lintjes de leuke verticale ingang en het poortje was doorgewurmd en me na het eerste ankerpunt op het touw wilde inpikken met m’n rem, kwam ik tot de ontdekking dat ik deze in de auto vergeten was. Shit, nog nooit tegengekomen !!! Moet de opwinding van het moment geweest zijn. Meester Raf was onverbiddelijk en liet me niet terugkeren naar de auto. “Ge hebt toch nog wel iets bij zeker” was het laconieke antwoord. Euh, ja meneer… een Ti-bloc. Awel dan ! Op zich best interessant, want ik had dat kleinood eigenlijk nog nooit in reële omstandigheden gebruikt. Dan half in een étroiture, op je buik liggend, met je hoofd boven een 30m diepe put het 2de ankerpunt equiperen, best een pittige start. Daarna werd het ruim en een pak comfortabeler om de volgende fracties te equiperen.



Beneden gekomen was het Dirk zijn beurt om de paardenrug op te kruipen via een uitgebreid geëvalueerd, beoordeeld en met enige aarzeling betrouwbaar bevonden vast touw. Daar begon het creatieve gedeelte van het equipement. Stalagmieten, pilaartjes in de wand, gaten in een gordijn moesten er allemaal aan geloven als amarrage naturel. Voorzichtig vorderend over de messcherpe rand van de paardenrug naar de overkant, brainstormend over de handigste manier om het dubbele ankerpunt te realiseren zonder boven het vorige uit te komen om de maximale valfactor te respecteren. Daar wilden we de bovengalerij volgen om zo naar de volgende grote put te gaan. Daarbij moest Dirk aan de overkant zien te geraken van een 4-tal meter brede, gapende kloof. Hier hebben we geleerd dat een goede speleo ook een beetje cowboy moet zijn en handig met de lasso moet kunnen omspringen, iets wat ik mij tot nog toe hoegenaamd niet gerealiseerd had. Na een 2de welgemikte worp belandde Dirks touw netjes over een dikke stalagmiet aan de overkant. Spitsvondig vastgemaakt op basis van enkele welgekomen hints van Raf geraakte hij zo vlot aan de overkant om daar de volgende fractie te realiseren. Vervolgens de diepte in tot op de bodem van de grot. Helaas moesten we daar meteen rechtsomkeert maken want het was al aan de late kant om nog op tijd terug te geraken met het materiaal.



De rollen werden omgedraaid en ik mocht Dirks creatieve werk desequiperen, en dus ook een manier verzinnen om terug over de kloof van daarnet te geraken met gedemonteerd ankerpunt. Samen verzonnen we enkele opties maar besloten toch wijselijk om Rafs hint te volgen: een merkwaardige maar zeer efficiënte techniek met de afdaler op het losse, om de stalagmiet geslagen touw, om zo spanning te houden op het aan het ankerpunt vastgemaakte eind, waarop dan de rem met leeflijn kwam (Tibloc in mijn geval). Voor Raf vanzelfsprekend maar voor mij heel verhelderend om vast te stellen dat dit perfect werkte.
Om terug af te dalen tot op de paardenrug had ik weer een dubbel touw nodig, deze keer met knoop tegen een broche, zodat dit van op de eindbestemming met het andere eind door de broche kon teruggetrokken worden.
Beneden was het dan aan Dirk om de 30 m put te desequiperen. De eindétroiture zorgde, althans voor de breedsten onder ons (Raf en mezelf), nog voor een sportief en bezweet einde. Om 17.30 stonden we buiten, ongeveer anderhalf uur later dan wat nodig was om de afspraak te halen, maar uiterst tevreden over de trip en over wat we hadden bijgeleerd. Dan maar recht naar Leuven om het materiaal daar rechtstreeks af te leveren, waar we nog een klein steentje konden bijdragen om de indrukwekkende berg materiaal uit te laden uit de bestelwagen.

Het was een schitterend startweekend en weer vind ik het fantastisch dat een dergelijk arbeidsintensief initiatief met zo’n kleine federatie mogelijk is, volledig gedragen door vrijwilligerswerk, zeker als je je realiseert dat dit geen eenmalig gegeven is, maar iets dat reeds vele jaren herhaald wordt. Chapeau voor alle medewerkers die dit helpen realiseren !!! (en voorwaar, dit zeg ik niet omdat Koen Bessemans zei dat slijmen helpt !).

Tekst: Jan
Foto's: Raf

maandag 23 november 2009

Speleoweekendje

Zaterdag 21/11 zaten de twee topoploegjes van vorige week (Paul/Annette en Bart/Jos) weer in de Trou des Côtes, in de hoop om het karwei ditmaal af te ronden. Helaas: we zitten nu in de stukken van de grot die echt wel moeilijk zijn om te topograferen. Een driedimensionale legpuzzel. Het opmeten is dankzij de DistoX’en kinderspel, maar het tekenen is tijdrovend en lastig. Bovendien zijn er her en der kleine passages, smalle zijgangetjes, blokkenstorten of klimmetjes, waar het soms wel een uur duurt om er 10 meter in op te meten. Door zo één extreem nauwe passage geraakte zelfs Annette niet in onderpak… hetgeen haar inspireerde om het in haar ondergoed te proberen en toen lukte het wel (5 meter verder liep het dood).
Volgende keer een string dragen, aub!Heel leuk voor de collega’s, dat wel. Dat zouden we meer willen zien. Er werden nog enkele kleine stukjes bij gevonden, ondermeer een zaaltje dat hoog boven al de rest ligt: de Salle Ratée.
Annette klimt omhoog in de blokken, even later werd daar de Salle Ratée ontdekt Maar zonder grote werken zullen we nergens verder geraken, dat staat wel vast. En de topo geraakte weer niet af. We zijn al wel de 435 m gepasseerd en er resteert naar schatting nog een 125-tal meter op te meten!

Zondag 22/11 namen Paul en Annette deel aan een opleiding van Speleo Secours. Het thema was “stuttechnieken” oftewel “redding in een instorting” en deze cursus werd verzorgd door expert ter zake, Robert Leveque. Eerst een theoretisch gedeelte waarin wat basisprincipes uit de fysica werden herhaald (krachtendriehoeken, resultantes enz), en een overzicht werd gegeven van de materialen en technieken die we ter beschikking hebben om in blokkenstorten te werken (stutten, krikken, balken, metselen, tirforts enz). Daarna trokken we naar een steengroeve in Sprimont, waar we in kleine groepjes mochten werken aan de desobstructie van buitengewoon instabiele puinhopen. Bedoeling was om één bepaald blok uit het blokkenstort te halen, zonder dat de andere blokken bewogen. Een quasi onmogelijke opdracht.

Het blok met de ringen moest eruit zonder dat alles instortte

De ene groep had al wat meer inspiratie dan de andere, maar in alle gevallen was het resultaat “bangelijk”, en ik zou liever niet degene zijn die tijdens een echte reddingsactie het blok er tussenuit moet gaan vissen. Dan prefereer ik echt wel de beproefde Avalon-technieken waarmee we al menig instorting zijn voorbij geraakt.

Er was ook nog een demonstratie en wat oefening rondom “éclateurs” oftewel splijtwiggen.
Demonstratie splijtwiggen Handige metalen instrumentjes waarmee men heel gericht een blok kan verkleinen of splijten. Avalon heeft er nog zo een set liggen en we zullen die dingen toch eens terug vanonder het stof vandaan halen. Want: volledig legaal, geen gas en werkt snel.

Nog wat foto's van deze specialisatiecursus vind je hier.

donderdag 19 november 2009

Wijnactie 2009...

Beste trouwe lezers van dit blog,

Naar jaarlijkse traditie gaat de Speleoclub Avalon wijnactie weer van start.
Door deze wijn te kopen steunt u de club. Met deze steun kunnen wij ons materiaal aanschaffen, en aldus werkt u in feite mee aan de exploratie van de Belgische en buitenlandse ondergrond. En weten wij weer waarover we moeten bloggen en zo hebt u weer uw wekelijkse lectuur. Dus is de cirkel rond en iedereen is tevreden.


En o ja: u houdt er ook nog een lekker wijntje aan over!

Zowel de rode als de witte wijn van vorig jaar viel zeer goed in de smaak en dus kozen wij er opnieuw voor!


- een rode, Franse Cabernet Sauvignon "Jean Balmont" 2008 uit de Pays d'Oc.

- een witte Touraine 2007 (Sauvignon) uit de Loire-streek

Beide weer voorzien van een origineel speleo-etiket van de hand van Annette.


Denk NU aan de eindejaarsfeesten - Bestel tijdig



Nieuw: 2 € korting bij aankoop van een karton van 6 flessen!


De prijs bedraagt 6 Euro/fles. Koopt u per karton, dan betaalt u slechts 34 Euro. Een karton mag gemengd zijn: wit & rood.


Bestellen kan bij eender welk lid van SC Avalon, of bij onderstaand adres.
Vermeld duidelijk het aantal gewenste flessen van elke soort (rode/witte).
SC Avalon, Jan de Bodtlaan 59, 2650 Edegem
tel 03 440 49 87
scavalon@skynet.be


Voor levering spreken wij wel iets af.
Betalingen contant, of op rekening van SC Avalon vzw. Argenta bank: 979-6159289-85
IBAN: BE89 9796 1592 8985
BIC: ARSPBE22

bij voorbaat dank

BELANGRIJK VOOR SNELLE BESLISSERS:
Wij kunnen uw bestelling meenemen naar de Journées Scientifiques te Han-sur-Lesse op 5 december 2009

dinsdag 17 november 2009

Duik in het Verre Westen – vervolg en einde

Ongeveer een jaar geleden (okt 2008) dook Michel in de sifon die in het meest verafgelegen en meeste westelijk deel van de grot ligt: de sifon 9. Zie http://scavalon.blogspot.com/2008/10/duik-in-het-verre-westen.html voor het verslag van toen. Michel geraakte toen wel het diepste punt voorbij (op –8 m), steeg weer 5 meter doch een vernauwing op –3 hield hem tegen.

Gezien de extreem droge zomer van 2009 leek het ons het moment om deze duik te herhalen. Een flinke ploeg sherpa’s kreeg dan ook de eer en het genoegen om Michels zware spullen doorheen heel de grot te slepen: Annette, Bart, Raf, Tobias, Paul en genodigden Frans Kampkes en Florian De Bie.



Ondanks de regen van de voorbije weken waren de waterstanden onder de grond nog steeds ultra-laag. Meer nog: in vergelijking met ons bezoek van ongeveer een maand geleden, was het niveau van de S9 nog een extra meter gedaald: het stond dus zeker 3 meter lager dan tijdens de duik in 2008. Maar dit maakte het nog veel moeilijker voor Michel om zich in zijn neopreenpak en duikuitrusting te hijsen: hij moest dit staande in 1 m diep water doen. Blubber alom, heel slechte lucht (iedereen stond te hijgen), koud water, kortom een nachtmerrie. Na een half uur was Michel zover en verdween hij in het chocoladebruine water. Tien minuten later kwamen er geen bellen meer onze kant op: hij was het laagste punt voorbij! Wij droomden al van het grote vervolg dat hij vast en zeker aan het exploreren was…. maar een kwartier later kondigden bellen zijn terugkeer aan. Op die tijd kon hij onmogelijk veel hebben geëxploreerd (nog maar enkel de duikuitrusting afleggen en daarna weer aantrekken duurt al gauw 30 minuten).

Met spanning wachtten we tot onze duiker zijn adem had teruggevonden in de van CO2 verzadigde atmosfeer, en zijn relaas deed. De sifon daalde zacht over een meter of 25 afstand, tot op een diepte van 5,60 m. Dan werd het veel groter, hij kon recht omhoog stijgen tot aan een wateroppervlak: de sifon was gepasseerd! Maar, de enige uitweg uit deze luchtklok was een versmalling, recht boven hem. Onmogelijk die met duikuitrusting aan te passeren, en nergens was er iets waaraan hij zijn flessen en overige materiaal kon hangen. Alles dat hij uit zijn handen liet vallen zonk naar de bodem, 5 m dieper! Bovendien, hoe al watertrappend uit heel die uitrusting geraken, en dan een meter omhoog chemineren om te proberen die vernauwing te bereiken? Onmogelijk en levensgevaarlijk. Frustrerend maar er zat niets anders op dan terug te keren. Michel zocht alles onder water uiteraard goed af (op de tast): er schijnen geen andere doorgangen te zijn.

De vernauwing die Michel belette om verder te geraken, was ongetwijfeld dezelfde als diegene die hem tijdens zijn duik van vorig jaar ook stopte. Maar toen stond het water drie meter hoger, en was er dus geen luchtklok.



Jammer maar helaas, verdere duikpogingen schijnen zinloos. Avalon kan maar op één ding hopen en dat is een extreem-, ultra-, mega-, hyperdroog jaar 2010. Maar vooraleer die sifon opdroogt, zal er maandenlang een Saharaklimaat moeten heersen. De sifon is nu nog minstens 30 m lang en vertegenwoordigt een volume aan water van 50 m³ of meer. Maar niet getreurd: als het niet langs de S9 passeert, dan zal het langs de S8 moeten! Daar hebben we tot op heden nog niet veel aan gewerkt en dat gaan we heel spoedig rechtzetten. Binnen enkele weken lees je er hier meer nieuws over: we plannen immers om deze sifon leeg te pompen… Waarheen en hoe dat lossen we nog wel op.

Met dank aan alle dragers.

donderdag 12 november 2009

Een topodroom

De Trou des Côtes is de gedroomde grot om te (leren) topograferen. Droog, warm (10,5 °C) en vooral vrijwel modderloos. Dus geen vervelende waterdruppels die plots in je boekje neerpletsen of geen moddervegen op je blad. De topo van deze grot was hoognodig want we wisten werkelijk niet in welke richting we gingen.

Woensdag 11/11/2009: een feestdag. De keuze tussen thuiszitten of gaan topograferen in de TDC was gauw gemaakt. Drie ervaren topografen (Jos, Annette en Paul) namen een nieuweling onder hun vleugels: Bart.
Jos en Bart vormden een ploegje en namen de "gemakkelijkste" kant voor hun rekening: Salle du 21/7 en Salle Apollo 11. Niet al teveel zijgangen of complexe toestanden die een beginnend topograaf tot wanhoop drijven.
Annette en ik gingen richting Salle des Invités, het vorige zondag ontdekte grote vervolg. We topografeerden als gekken, leve de DistoX (die het ditmaal uitstekend deed want 's avonds bleken beide toestellen nog steeds tot op een tiende van een graad juist te staan - we hebben al anders geweten!). Het bleek allemaal veel groter en vooral ingewikkelder dan gedacht, dingen die boven elkaar liggen, circuitjes rond blokken, kortom het was een hele klus. Concreties overal waar je tussendoor moest meten, en voortdurend waren we verplicht om in kleine gaatjes te kruipen, die vol messcherpe bloemkooltjes waren gegroeid. Pijnlijk, en opnieuw 4 gaten in mijn onderpak.
Haa die bloemkooltjes!
De hele dag op neopreensokken rondhossen is ook niet bevordelijk om warme voeten te krijgen dus het was met enige opluchting dat we het andere duo onze richting hoorden uitkomen. Het was al bijna 17u, we waren al 7 uur bezig en ik had toen al 55 metingen gedaan, en was nog lang niet toe geraakt aan het bovenverdiep van de Salle des Invités. Ook zij waren niet rondgeraakt (een 25-tal metingen), de hele tak met o.m. Salle de la Recompense was nog niet gebeurd.
Overal concreties waar je tussendoor moet meten
Even gauw de metingen optellend bleek snel dat de TDC veel langer is dan ingeschat. Zonder veel gevaar voor overdrijving, kunnen we schatten dat we nu om en bij de 500 m moeten hebben, waarvan tweederde getopografeerd is!
Dit betekent dat we angstwekkend snel naar de 15.000 m zijn aan het gaan voor wat betreft onze tabel met Belgische exploraties , en dan zullen we - belofte maakt schuld - een vat aanbieden aan onze collega-speleo's van VVS en UBS. Net zoals we gedaan hebben toen we de 10 km haalden (de 10 KM-drink)!

Maar zover zijn we dus nog niet. En hoe bracht onze nieuwe topo-recruut het ervan af? In een woord: schitterend. 10 op 10 en een kus van de juffrouw. Natuurlijk, Bart had in de persoon van Jos een uitmuntende leermeester, maar er kon er maar een tegelijk het potlood vasthouden en dat was Bart. Is er een nieuwe P. Vandersleyen opgestaan? Oordeel zelf.
Barts eerste topo... een kunstwerk